Verkopen is moeilijker dan kopen — en het onderzoek laat zien dat de gemiddelde belegger het vooral op de verkeerde momenten doet (na een daling, in paniek). Drie redenen doorstaan de toets:
Je kocht om een reden — groeiende winst, sterk merk, gezonde balans. Verslechteren die fundamenten structureel (niet één tegenvallend kwartaal), dan is de reden om te bezitten weg.
Een gestegen positie die te groot is geworden voor je spreiding mag je afromen — dat is discipline, geen markttiming, en het verkleinde historisch het risico zonder rendement te kosten.
Geld dat je binnen enkele jaren nodig hebt, hoort stapsgewijs uit aandelen — op kalenderdata die je vooraf koos, niet op koersdata.
"De koers is gedaald." Dalingen van 10-30% horen statistisch gewoon bij aandelen bezitten; wie na de daling verkocht, miste historisch vaak juist het herstel — de duurste fout in het vak.